Een architect legt met een ontwerp de basis voor een gebouw, maar bepaalt niet het eindpunt. Een kantoorgebouw dat ik nu ontwerp, kan over jaren een nieuwe functie krijgen — woningen, een educatief centrum. Die transformatie is mogelijk omdat de eerste streep op papier al rekening houdt met wat nog kan volgen. Functie is voor mij daarom geen vaste bestemming, maar het startpunt van een verhaal dat blijft doorlopen na oplevering.
Beleving werkt vanuit hetzelfde principe. Een gebouw dat onderdak biedt aan mensen die schuilen tijdens een storm, en datzelfde gebouw dat voor een toerist het eerste beeld van een locatie vormt — dat zijn geen toevallige neveneffecten, maar het bewijs dat één ontwerp meerdere soorten waarde tegelijk kan dragen. Functie en beleving vormen samen de positie van waaruit ik architectuur benader: niet als een sluitend antwoord, maar als een ontwerp dat ruimte laat voor wat nog moet komen.
Elk ontwerp wordt gevormd door twee krachten die uit het project zelf voortkomen — de locatie, het bestaande gebouw, de opdracht. Die krachten verschillen per project, en dat maakt elk ontwerp uniek. Bij Industrial Nature Park was dat verbinding en schaal: de hoogbouw verbindt op grote schaal zijn omgeving en de omliggende wijken met elkaar. Bij Urban Rowhouse Cloister was dat rust en relatie: het bestaande gebouw was al ingetogen, wat een goede basis vormde voor de transformatie, terwijl de relatie tot de omliggende bebouwing bepalend was voor hoe die transformatie vorm kreeg.
Veel ontwerpen doen alsof ze het laatste woord hebben: een sluitend antwoord, klaar voor gebruik zoals bedacht. Ik ontwerp liever een gebouw dat bestand is tegen de tijd — dat niet breekt zodra de oorspronkelijke functie verandert. Bij TNBW wordt het overstromingsrisico niet verhuld maar benoemd als directe consequentie van de ontwerpambitie. Bij URC blijft de vraag naar volledige flexibiliteit bewust onopgelost. Dat is geen tekortkoming — het is de erkenning dat een goed ontwerp ruimte laat voor wat nog moet komen.
Mijn ambitie om architect te worden is ontstaan uit een fascinatie voor hoe constructies niet alleen overeind blijven, maar ook bepalen hoe we leven en ons bewegen. Gaandeweg realiseerde ik me dat mijn interesse niet alleen ligt in hoe gebouwen worden gemaakt, maar vooral in wat ze betekenen voor de mensen die ze gebruiken.
Ik teken geen eindpunt. Ik teken de basis waarop architectuur kan blijven evolueren.