Introductie
Industrial Nature Park is architectuur gevormd door verbinding en schaal, een invulling van het jarenlang braakliggende terrein dat ooit een zijdefabriek was. Dit ontwerp verbindt het terrein met de stad en haar omgeving: het park verdwijnt niet naast het gebouw, maar wordt onderdeel ván het gebouw. Drie parkniveaus weven zich door het gebouw heen, en verbinden de wijk, de bewoners en de stad met elkaar via routes die dwars door het gebouwde volume lopen in plaats van eromheen.
Die verbinding werkt alleen op deze schaal. Een gebouw van deze omvang kan een substantieel park dragen: ruimte genoeg voor drie niveaus, voor een restaurant op de hoogste laag, voor een gradiënt van publiek naar privé die zich geleidelijk door het gebouw beweegt. Schaal is hier geen bijzaak, maar de voorwaarde die de verbinding mogelijk maakt.
Geschiedenis
Op 8 mei 1911 richtte J.C. Hartogs aan de Vosdijk in Arnhem de Nederlandsche Kunstzijdefabriek op, beter bekend als ENKA. Het was de eerste kunstzijdefabriek van Nederland, en groeide binnen enkele decennia uit tot een van de grootste industriële complexen van de stad. Duizenden Arnhemmers vonden er werk, en het bedrijf bracht een nieuwe, gesloten wereld met zich mee: een omheind terrein met eigen portiersloge, eigen ritme en eigen regels, los van de stad eromheen.
Na fusies tot AKU en later AkzoNobel bleef het terrein tot in de late twintigste eeuw in bedrijf. In 2007 verdween het hoofdkantoor uit Arnhem, en bleef een groot deel van het complex braak liggen en besloten, naar binnen gekeerd terrein midden in de stad, ontkoppeld van zijn omgeving.
Die geschiedenis van afsluiting is het vertrekpunt van dit ontwerp. Waar de fabriek zich decennialang van de stad afkeerde, zoekt Industrial Nature Park juist de verbinding met de wijk, met het landschap, met de schaal van de stad zelf.
Luchtfoto genomen in 1921 van het ENKA-fabrieksterrein in Arnhem, Gemeente Arnhem
Situatie van het voorgestelde park: ENKA-park, Arnhem
Visie
Waar het fabrieksterrein zich decennialang van de stad afsloot, kiest Industrial Nature Park voor het tegenovergestelde: een gebouw dat zich juist opent naar zijn omgeving. Het park vormt daarin de kern niet als aangrenzende buitenruimte, maar als onderdeel van het gebouw zelf, verdeeld over drie niveaus die de bebouwing doorkruisen. Zo wordt de voormalige grens tussen fabriek en stad een doorgaande route.
Die verbinding werkt ook op stedelijk niveau. Het park sluit aan op de bestaande groenstructuur van Presikhaafpark en Klarenbeekpark, en voltooit daarmee een schakel die er in de huidige stad nog niet is. Met een hoogte van ongeveer 80 meter is het gebouw bovendien vanuit grote delen van Arnhem zichtbaar een nieuw oriëntatiepunt dat de locatie een plek geeft in het silhouet van de stad, in schril contrast met de laagbouw van de aangrenzende woonwijk.
Een gebouw van deze omvang blokkeert echter ook uitzicht en zonlicht voor de omliggende buurt. Als reactie daarop is het park omhoog getrokken en het bouwvolume opengebroken: in plaats van een gesloten massa ontstaat een gelaagde structuur waarin bezoekers van het park zelf weer uitzicht krijgen over de stad Arnhem. Die robuuste, industriële uitstraling is tegelijk een knipoog naar de geschiedenis van het terrein, terwijl de architectuur eigentijds blijft, verbinding en schaal zijn hier geen twee losse thema's, maar elkaars voorwaarde.
Ontwerp
De visie vertaalt zich naar een ontwerp van drie met elkaar verbonden bouwvolumes, elk met een eigen hoogte, zodat elk blok bijna 360 graden uitzicht heeft. Tussen deze massa's in ligt het park — niet ernaast, maar letterlijk omgeven door de bebouwing. De gevel is over het geheel robuust en gesloten, een verwijzing naar de oorspronkelijke fabriekshallen met hun herhalende, langgerekte structuur en sheddaken; naar binnen toe, richting het park, opent het ontwerp zich gedeeltelijk.
De drie massa's verhouden zich verschillend tot de grond. De middelste en kleinste massa staan beide op de begane grond, terwijl de hoogste massa pas begint op de derde verdieping en daarmee boven het park zweeft, gedragen door kolommen en verticale transportschachten die tegelijk de benodigde stabiliteit bieden. Die opgetilde massa maakt het mogelijk dat het park zich onder en tussen de bouwvolumes door beweegt, in plaats van dat de bebouwing het park simpelweg omsluit.
Materiaal en detaillering versterken dit onderscheid tussen de verschillende onderdelen van het ontwerp. De onderbouw — van de begane grond tot en met de derde verdieping — bestaat uit een transparante vliesgevel met veel glas, in contrast met het meer gesloten volume daarboven; dat geeft de bouwmassa's op straatniveau een zwevend gevoel. De liftschachten en de kern zijn uitgevoerd in cortenstaal, wat een eigen, industrieel karakter toevoegt ten opzichte van het beton en baksteen van de rest van het gebouw. Zo blijft de herkomst van het terrein afleesbaar in het ontwerp, terwijl de architectuur, net als het opgetilde volume zelf, eigentijds blijft.
Luchtfoto van het voorgestelde ontwerp op het ENKA-terrein, Arnhem
Functies
Waar Ontwerp de vorm en constructie van de drie bouwmassa's beschrijft, gaat deze sectie over wat zich daarbinnen afspeelt: wie het gebouw gebruikt, hoe het park zich door de verschillende niveaus beweegt, en welke functies een plek krijgen binnen de massa's.
Gebruikers
De hoofdgebruikers van het gebouw zijn de bewoners, voornamelijk in eenpersoonsappartementen. Daarnaast wordt het gebouw ook gebruikt door bezoekers van het park die de hogere niveaus willen bereiken, en door gasten van het restaurant en de bar. Iedereen maakt gebruik van dezelfde liften, wat inclusiviteit creëert voor alle parkbezoekers. Dat gedeelde gebruik brengt wel een veiligheidsvraagstuk met zich mee voor de bewoners: de toegangsdeuren tot de woningen in de verkeersruimtes zijn daarom afgesloten voor publiek.
Het park
De parkniveaus zijn met elkaar verbonden via trappen en de verschillende liftschachten, waardoor bezoekers eenvoudig een niveau hoger of lager kunnen bereiken. Voor de bewoners functioneert het park ook als een soort achtertuin, al blijft dit semi-openbaar toegankelijk. Het park bestaat uit drie afzonderlijke niveaus, die elk drie verdiepingen hoog zijn — samen goed voor negen verdiepingen aan groene ruimte, met genoeg hoogte voor bomen om volledig uit te groeien. Die hoogte maakt ook verschillende looppaden tussen de boomtoppen mogelijk, van waaruit bezoekers over de omgeving kunnen uitkijken — een ervaring die een regulier stadspark op maaiveldniveau niet kan bieden.
Commercieel
Het restaurant en de bar zijn gepositioneerd op het hoogste niveau van het gebouw, wat een uniek uitzicht over de stad biedt. Deze plek is ook bewust gekozen om bezoekers de hoogte in te trekken en zo de bovenste lagen van het gebouw publiek te activeren. Voor het restaurant is een aparte goederenlift aanwezig, waarmee ingrediënten apart omhoog kunnen worden gebracht — logistiek een uitdaging, omdat leveranciers hun goederen helemaal naar het hoogste niveau moeten transporteren.
middenhoge park — het openbare park als onderdeel van het gebouw
Constructie
De constructieve opzet van Industrial Nature Park volgt direct uit de opgetilde massa die bij Ontwerp al werd beschreven. Doordat de hoogste bouwmassa pas op de derde verdieping begint en daarmee boven het park zweeft, rust dit volume niet op een doorlopende fundering, maar wordt het gedragen door een stelsel van betonnen kolommen. Deze kolommen doorkruisen de onderste, transparante lagen van het gebouw en zorgen ervoor dat het park zich ongehinderd onder en tussen de massa's door kan bewegen.
Naast de kolommen vormen de verticale transportschachten — de kernen met liften en trappen, uitgevoerd in cortenstaal — het tweede constructieve onderdeel van het gebouw. Deze schachten nemen niet alleen het verticale verkeer voor hun rekening, maar functioneren ook als stabiliteitskern: samen met de betonnen kolommen nemen ze de krachten op die nodig zijn om de opgetilde, zwevende massa overeind te houden. Zo is de constructie direct verweven met de ruimtelijke opzet van het gebouw: dezelfde elementen die bewoners en bezoekers door het gebouw en het park heen leiden, houden het ontwerp letterlijk overeind.
Deze constructieve keuze maakt tastbaar wat het motto van dit project beoogt: verbinding en schaal zijn hier geen twee gescheiden thema's. Zonder de schaal van de kolommen en kernen zou de opgetilde massa niet kunnen zweven boven het park; zonder die zwevende massa zou de verbinding tussen park en stad, die dit ontwerp nastreeft, niet mogelijk zijn geweest.
structuur van het hoogste park — de wandelpaden en constructieve elementen door het semi-openbare deel van het park.
Conclusie
Industrial Nature Park slaagt er goed in om de kern van zijn motto waar te maken. De verbinding is niet symbolisch gebleven: het park ligt niet naast het gebouw maar middenin, verdeeld over drie niveaus van elk drie verdiepingen, met looppaden tussen de boomtoppen die een stadspark op maaiveldniveau niet kan bieden. En die verbinding werkt precies omdat de schaal het toelaat — zonder de opgetilde massa, gedragen door kolommen en kern, was er simpelweg geen ruimte geweest voor een park van deze omvang binnen het gebouw zelf.
Tegelijk brengt diezelfde schaal een spanning met zich mee die niet volledig is opgelost. Een gebouw van 80 meter hoog, direct grenzend aan een laagbouwwijk van twee tot drie lagen, blijft een fors contrast — het park en de opengebroken massa compenseren het verlies aan uitzicht en zonlicht voor de buurt, maar nemen die spanning niet helemaal weg. Ook logistiek kent het ontwerp een compromis: het restaurant op de hoogste laag biedt een uniek uitzicht en activeert de top van het gebouw, maar vraagt tegelijk om een aparte goederenlift die leveranciers helemaal naar boven moet sturen — een gevolg van de keuze voor hoogte die in de dagelijkse werking van het gebouw voelbaar blijft.
Wat overblijft is een ontwerp dat de geschiedenis van een gesloten fabrieksterrein bewust omdraait naar een open, verbonden plek in de stad, zonder de spanningen die bij die schaal horen te verhullen. Juist in die eerlijkheid — een gebouw dat zijn omgeving iets teruggeeft, maar ook duidelijk iets vraagt van diezelfde omgeving — ligt de kern van wat Industrial Nature Park wil zijn.